Rond hun tweede jaar gaan kinderen over naar de peutergroep. Ook bij deze overgang gaan de kinderen eerst een paar keer wennen.

Bij de peutergroep gaan we met de kinderen zwaaien bij het afscheid nemen.

Op deze groep hebben we hetzelfde dagritme als bij de dreumesen. Niet alle kinderen gaan hier echter nog naar bed. En naast het verschonen van de luiers wordt hier uiteraard ook tijd gemaakt voor zindelijkheidstraining. Bij de toiletjes hangt voor ieder kind dat in deze fase zit een kaart van Uk & Puk. Iedere keer dat een kind op de po of de wc heeft geplast of gepoept, mag het een sticker opplakken. Aan ongelukjes besteden we geen negatieve aandacht. Dat hoort nou eenmaal bij het proces van zindelijk worden. Het is verstandig om er in deze fase voor te zorgen dat een kind altijd wat extra schone kleren op de opvang heeft liggen. Vaak is het zo dat een kind thuis wat sneller zindelijk is dan op de opvang. Er is meer drukte en afleiding dan thuis waardoor het plassen nog wel eens wordt vergeten. In overleg met de leidsters kan worden gekeken wanneer een kind er aan toe is om op de opvang geen luier meer te dragen. Sommige kinderen gaan op het potje, anderen zijn al helemaal zindelijk en mogen naar de wc. We hebben wasbakjes op kind hoogte en stimuleren de kinderen om hun handen te wassen na het wc-gebruik.

Op de peutergroep drinken in principe alle kinderen uit een normale beker. Dit is beter voor het gebit en de spraakontwikkeling.

We vinden het heel belangrijk dat de kinderen in deze leeftijd even een moment rust hebben om alle prikkels te verwerken.
Daarom gaan alle kinderen na het middageten even rusten of slapen op een stretcher in dezelfde ruimte. De gordijnen kunnen dicht en het licht gaat uit, er wordt eventueel een relaxed muziekje opgezet.
Tevens blijft er t.a.t. een leid(st)er bij de kinderen.

Op de Peutergroep wordt natuurlijk veel tijd vrijgemaakt voor voorlezen, knutselen, liedjes zingen. We werken veelal met thema’s van Kiki.
Hierbij kunt u denken aan thema’s als lente, winter, feestdagen, Sinterklaas e.d. maar ook aan thema’s als kriebelbeestjes / bosdieren / het verkeer / kleuren en vormen etc. Er zijn meer dan 20 thema’s die wij naast de jaargetijden jaarlijks afwisselen.

Naast het contact met de leid(st)ers wordt ook het contact met de andere kinderen steeds belangrijker. Kinderen sluiten vriendschappen en maken deel uit van een groep. In plaats van náást elkaar, gaan ze steeds vaker mét elkaar spelen. Ze ontwikkelen meer en meer hun eigen identiteit met duidelijke voorkeuren voor andere kinderen maar ook voor bijvoorbeeld speelgoed. Het speelgoed dat we aanbieden is dan ook zeer divers. Zo geven we alle kinderen de mogelijkheid te ontdekken wat ze leuk en minder leuk vinden en waar hun interesses liggen.

Met de peuters zijn we regelmatig buiten te vinden. Kinderen doen tijdens het buitenspelen essentiële vaardigheden op. Buiten spelen is zeer goed voor de grove motoriek. Deze grove motoriek wordt ontwikkeld door bijvoorbeeld rennen, fietsen, springen, glijden en klimmen.